Wat defensie liever geheim wil houden

 

Bij luchtaanvallen die uitgevoerd zijn door Nederlandse straaljagers in Syrië en Irak, zijn waarschijnlijk meerdere burgerslachtoffers gevallen. Het Openbaar Ministerie onderzoekt op dit moment vier bombardementen die door Nederlandse F-16’s boven Syrië en Irak zijn uitgevoerd. Terwijl de Nederlandse operaties in Syrië sowieso al tegen het internationaal recht ingaan, blijkt nu dat er daarbovenop ook nog eens onschuldige slachtoffers bij zijn gevallen. Ook de transparantie over de luchtaanvallen is ver te zoeken: Nederland verbergt meer informatie over luchtaanvallen dan landen als Saoedi Arabië en de Emiraten. Waarom praat het ministerie van defensie liever niet over dit onderwerp? 

We leven in een tijd dat niks ongezien blijft, en leugens steeds sneller achterhaald wordt door de waarheid. De Nederlandse overheid voerde tussen oktober 2014 en juni 2016 maar liefst 1800 luchtaanvallen uit in Syrië en Irak. Het waren inspanningen die ‘zeer gewaardeerd’ werden door de Verenigde Staten. Defensie bleef, opmerkelijk genoeg, heel erg stil over eventuele burgerslachtoffers die bij de Nederlandse bombardementen zijn gevallen. Enkel in februari vorig jaar meldde het ministerie van Defensie dat er maar twee gevallen bekend zijn waarbij mogelijk burgerslachtoffers zijn gevallen. Nu zijn daar opnieuw twee gevallen bijgekomen. Feitenonderzoeken moeten aantonen of er strafbare feiten gepleegd zijn door militairen. Als dat het geval is, kan een strafrechtelijk onderzoek worden gestart naar de betrokken militairen, terwijl de top (die de orders heeft gegeven) vrijuit gaat. Onderzoekscollectief Airwars, een organisatie die luchtaanvallen van de internationale coalitie en het aantal burgerslachtoffers ervan bijhoudt, zegt dat het onwaarschijnlijk is dat er bij de 1800 Nederlandse luchtaanvallen maar vier keer burgerslachtoffers zijn gevallen. Airwars heeft inmiddels elf keer aan het Nederlandse ministerie van Defensie gevraagd of het betrokken was bij een van de incidenten, maar Nederland heeft als enige Europese land helemaal niet gereageerd.

Oorlogsmisdaden
Airwars doet al jaren onderzoek naar burgers die zijn omgekomen door luchtaanvallen van de internationale coalitie, en maakt hierbij gebruik van zowel open bronnen, als mensen ter plekke. Het onafhankelijk onderzoekscollectief schat op basis van eigen onderzoek dat er bij luchtaanvallen van de internationale coalitie in totaal tussen de 3800 en 6000 burgerslachtoffers zijn gevallen. Hoeveel burgerslachtoffers er bij de Nederlandse bombardementen precies zijn gevallen wilt het ministerie van Defensie niet zeggen. Ook de plek, aantal en tijdstippen worden niet vrijgegeven. Volgens Commandant der Strijdkrachten generaal Middendorp worden daarover geen mededelingen gedaan in het belang van ‘de veiligheid van de Nederlandse militairen’. Vrij opmerkelijk, aangezien er niemand om persoonsgegevens vraagt. Dat dit ook wordt gedaan in het belang van zichzelf en z’n team tegen eventuele vervolgingen voor het plegen van oorlogsmisdaden, vertelt hij er niet bij. Alle Nederlandse bombardementen in Syrië zijn namelijk tegen het internationaal recht. Ook hij weet dit.

Internationaal Recht
De luchtaanvallen die worden uitgevoerd door de Nederlandse luchtmacht zijn tegen het Internationaal Recht, hier hebben wij eerder over geschreven. Het wordt steeds waarschijnlijker dat bij deze illegale operaties ook burgerslachtoffers zijn gevallen, wat betekent dat er dus ook oorlogsmisdaden zijn begaan. Wij willen minister van defensie, Jeanine Hennis, en alle personen die onder haar gezag vallen, hierbij herinneren aan artikel 1,2,3 en 4 van de Neurenbergse Principes:

  1. Iedereen die een handeling verricht die gelijkstaat aan een misdaad naar internationaal recht is daar aansprakelijk voor en kan daarvoor gestraft worden.
  2. Het feit dat het nationaal recht geen straf bepaalt voor een handeling die gelijkstaat aan een misdaad naar internationaal recht, ontheft de persoon die de handeling verrichtte niet van zijn aansprakelijkheid naar internationaal recht.
  3. Het feit dat de persoon die een handeling verrichtte die gelijkstaat aan een misdaad naar internationaal recht, dat gedaan heeft als staatshoofd of als verantwoordelijk overheidsambtenaar, ontheft deze niet van zijn aansprakelijkheid naar internationaal recht.
  4. Het feit dat een persoon gevolg gaf aan een bevel van zijn overheid of een hogergeplaatste, ontheft hem niet van zijn aansprakelijkheid naar internationaal recht, mits een morele keuze voor hem of haar in feite mogelijk was.

Transparantie
Van de twaalf coalitielanden die in Irak en Syrië bombarderen, staat Nederland qua transparantie onderin op de tiende plaats. Defensie publiceerde weliswaar wekelijks een overzicht van de militaire acties, maar vertelde daarbij niet hoe vaak, wanneer en waar er is gebombardeerd. Landen als Rusland, de V.S., maar ook Saoedi-Arabië en de Emiraten zijn een stuk opener over dit soort informatie. Dit zou ons in principe wakker moeten schudden. Het is hoog tijd dat het ministerie van defensie een stuk transparanter gaat worden naar de Nederlandse burger toe. Door dit soort data verborgen te houden, is het bijna onmogelijk om uit te zoeken of er bij een luchtaanval burgerslachtoffers zijn gevallen of niet. Ook valt er niet uit te zoeken of de Nederlandse luchtmacht inderdaad enkel tegen Daesh heeft gevochten, of dat ze ook andere doelen heeft bestookt.

Gevolgen
Door deze onprofessionele actie tracht het ministerie van defensie haar eigen gang te gaan zonder verder rekening te houden met het internationaal recht, noch de publieke opinie. Het grootste deel van de bevolking stond namelijk niet achter de bombardementen. Nu dit toch gebeurt is, heeft de Nederlandse burger (die meebetaalde aan de missie), maar ook familieleden van de Syrische en Irakese burgerslachtoffers het volste recht om te zien waar en wanneer de (illegale) operaties zijn uitgevoerd.

Natuurlijk is het niet slim om alle operationele details over militaire missies op het internet te zetten, maar er is een groot verschil tussen voorzorgsmaatregelen en totale radiostilte. Bij een samenwerking van vijf soevereine staten is het heel lastig om te weten wie verantwoordelijk is voor burgerdoden. Het zou best kunnen zijn dat door gebrekkige informatie die ministeries verstrekken soms onterecht een land wordt beschuldigd. Als zij echter datum en plaats verstrekken van uitgevoerde aanvallen, kunnen we verantwoordelijkheid uitsluiten. Dat is cruciaal in de eindverantwoordelijkheid voor eventuele compensatie van de burgerslachtoffers, maar ook voor eventuele strafrechtelijke vervolgingen. En daar zitten ze bij defensie duidelijk niet op te wachten.

 

,