Nederlandse media vermijden opnieuw het woord ‘terreur’ bij aanslag in Italië

 

 

Een 28-jarige Italiaan met extreemrechtse ideeën opende gisteren het vuur op willekeurige migranten in de stad Macerata en verwondde daarbij zes mensen, waarvan er één in kritieke toestand verkeerd. Dat het een terroristische aanslag was, staat inmiddels als een paal boven water. Toch werd deze aanslag in de media uitgelegd als een ‘schietpartij’, ‘poging tot doodslag’ en ‘wraak-actie’, het woord terrorisme werd opnieuw duidelijk vermeden door onze media. Hoe lang blijven Nederlandse journalisten nog doorgaan met deze absurde manier van berichtgeving? 

Het begint er steeds meer op te lijken dat de Nederlandse media niet willen dat ze nog vertrouwd worden door hun lezers. De huidige manier van berichtgeving zorgt ervoor dat de kritische, onderzoekende burgers hun vertrouwen verliezen, en de nietsvermoedende nieuwslezer een scheef wereldbeeld ontwikkelt, met alle gevolgen van dien.

De Italiaan die gisteren vanuit een auto op willekeurige migranten schoot, is de 28-jarige Luca Traini. Volgens italiaanse media toont hij geen berouw, en volgens een woordvoerder van de Italiaanse justitie was hij “kalm en vastberaden”. Traini werd kort na de aanslag opgepakt. Hij zou in het verleden banden hebben gehad met neonazi- en fascistische groeperingen. Op een politiefoto is te zien dat Traini een tatoeage van een neonazi-teken op zijn hoofd heeft en een Italiaanse vlag rond zijn nek heeft geknoopt. De politie heeft bij hem thuis een exemplaar van Mein Kampf gevonden. Allemaal aanwijzingen die erop wijzen dat het een terroristische aanslag was. Toch werd het beestje niet bij de naam genoemd.

‘Wraak’
Nederlandse media schrijven dat Traini mogelijk wraak wilde nemen voor de moord op een vrouw van 18. De hoofdverdachte in die zaak is een man uit Nigeria. Traini kende haar niet, maar zou zich haar dood hebben aangetrokken. “Toen ik het verhaal van haar dood voor de zoveelste keer op de radio hoorde, heb ik mijn pistool uit mijn kluis gehaald“, zou hij tegen de politie hebben gezegd. Dit laat niet alleen de kracht van de media duidelijk zien, maar ook hoe belangrijk het is om als journalist de juiste redeneringen en woordkeuzen te blijven gebruiken. Zo zouden ook de daders van de terroristische aanslagen in Frankrijk en België geroepen hebben ‘Dit is voor Syrië’. Toch werden die aanslagen (terecht) als terroristisch aangemerkt, en niet als ‘wraakactie’. Waarom deze dan wel?

Gevolgen
We hebben het al eerder gemeld, maar blijkbaar is herhaling nodig omtrent dit onderwerp: De Nederlandse journalist hoort dit liever niet, maar een scheef wereldbeeld kan uiteindelijk leiden tot radicalisme, extremisme en zelfs terrorisme. Een terroristische daad gebeurt vanuit een politieke of religieuze ideologie. Welke dat is moet (normaal gesproken) voor de berichtgeving niet uitmaken. Toch merken we een duidelijk verschil in de Nederlandse kranten wanneer de terrorist een ‘extreemrechtse’ extremist blijkt te zijn.

De agenda’s van ‘islamitische’ extremisten verschillen weinig van de ‘extreemrechtse’ extremisten, iets wat journalisten niet (willen) inzien.

Beide groepen zien de werkelijkheid niet in dat moslims en niet-moslims (of migranten en niet-migranten) gewoon vredig samen kunnen leven en beide gebruiken het bestaan van de andere om hun eigen verdraaide wereldbeeld te rechtvaardigen. Journalisten (en extremisten) kijken dwars door de realiteit heen, en praten enkel over een ‘gepolariseerde’ samenleving. Of beter gezegd: ze zien liever een gepolariseerde samenleving. Dat scheve wereldbeeld wordt verspreid door middel van scheve berichtgeving en vervolgens bevestigd door terreuraanvallen, gepleegd door beide kanten. Dit fenomeen wordt ook wel ‘self-fulfilling prophecy’ genoemd. De slachtoffers hiervan zijn helaas altijd onschuldige burgers.