Wat is er gebeurd met Gaddafi’s Great Man Made River?

libwaterpipelaid

Kolonel Gaddafi, de man met vele visioenen, droomde van een overvloed aan zoet water in Libië en zag zijn thuisland graag staan als een trotse en vrije natie. De zoektocht naar olie in 1953 in de uitgestrekte woestijnen in het zuidelijke deel van Libië heeft geleid tot de ontdekking van zowel olie als fossiel water: Gaddafi’s droom kwam uit. De zoetwatervoorraden die werden ontdekt hadden maten variërend van 4.500 tot 20.000 kubieke kilometer. Genoeg om de hele bevolking van water te voorzien. De Great Man Made River (GMR) is het grootste kunstmatige zoetwater-irrigatieproject ter wereld, maar wat is er mee gebeurd tijdens en na de NAVO-coalitie in 2011?

Libië is een woestijnland waar het vinden van drinkwater altijd problematisch is geweest. Na de revolutie in 1969 zette de industrialisatie nog meer druk op de watervoorraden. Er kwam zeewater in de kust-aquifers terecht waardoor het water in de stad Benghazi ondrinkbaar werd. Zo werd het vinden van een nieuwe zoetwatervoorraad een prioriteit voor Gaddafi. Na afweging van de kosten bleek dat ontzilting van zeewater of het invoeren van water uit Europa te duur was. Maar er was nog een mogelijkheid. Grote boerderijen werden gecreëerd in een zuidelijke regio van Libië om inwoners te motiveren om te verhuizen naar de woestijn in het zuiden en er boerderijen te beginnen. Echter woonden de meeste Libiërs toch liever in de noordelijke en kustgebieden van het land. Dit zorgde ervoor dat Gaddafi’s regering een nieuw plan creëerde: het water moest worden gebracht naar het volk. De GMR-Project was officieel geboren. Het project werd volledig door de overheid gefinancierd, en zou worden ontwikkeld in vijf fasen. Alle vijf de fasen waren een project op zich zelf, maar gecombineerd zouden ze een geheel vormen.

Buitenlandse bedrijven
In de jaren 1950 had men bij het boren naar olie enorme aquifers gevonden onder de woestijn in het zuiden van Libië. Na onderzoek bleek dat het ‘fossiel’ water dat er in zit soms wel 40.000 jaar oud is. Gaddafi vond de tijd rijp om een netwerk van pijpleidingen te bouwen om het water te transporteren van de woestijn in het zuiden naar de kuststeden in het noorden, waar de meeste Libiërs wonen. 
In augustus 1984 legde Gaddafi de eerste steen van het project. Libië had dan wel oliedollars om het project te financieren, maar nog niet de nodige technische expertise om een dergelijk project in goede banen te leiden. Bedrijven uit Zuid-Korea, Duitsland, Japan, Turkije, de Filippijnen en het Verenigd Koninkrijk werden om hulp gevraagd. In september 1993 bereikte water de stad Benghazi (Fase I). Drie jaar later bracht Fase II water vanuit de westelijke woestijn naar Tripoli aan de kust. Fase III werd in 2011 afgerond. De afhankelijkheid van buitenlandse bedrijven en hun kennis was inmiddels sterk gedaald. De overheid probeerde actief om de Libiërs zelf zo veel mogelijk bij het project te betrekken.

Landbouw
Nadat het fossiel water beschikbaar was in de meeste kuststeden begon de overheid het water ook te gebruiken voor landbouw. Over het hele land zou 130.000 hectare land geïrrigeerd worden. Een deel ervan zou aan kleine boeren gegeven worden die producten wilden telen voor de binnenlandse markt. Grote landbouwbedrijven zouden zich toeleggen op het telen van gewassen die Libië toen vooral importeerde: tarwe, haver, graan en gerst. Gaddafi hoopte ook producten – druiven bijvoorbeeld – te kunnen uitvoeren naar Europa en het Midden-Oosten. 
Het GMR project kostte uiteindelijk zo’n 25 miljard dollar. Het water werd via een indrukwekkende buizennetwerk van 5.000 kilometer lengte naar de plaats van bestemming vervoerd. De buizen van beton hebben een diameter van 4 meter, zijn 7,5 meter lang en wegen 86 ton per stuk. Voor de fabricage van de buizen werd een speciale fabriek in de Libische stad Brega gebouwd; deze werd door Gaddafi op 28 augustus 1986 officieel in gebruik genomen. Een tweede fabriek werd gebouwd bij Sarir. Eind 2008 waren er ongeveer een half miljoen van deze buizen geproduceerd. In Libië werden zelfs de meeste buizen ter wereld geproduceerd.

Mensenrecht
Bij de kust zijn vijf grote waterreservoirs aangelegd met een totale capaciteit van 55 miljoen m³. Deze reservoirs zijn buffers in geval van calamiteiten bij de aanvoer en dienen ook als distributiepunten naar de uiteindelijke gebruikers. De pijplijnen kunnen meer dan 6,5 miljoen kubieke meter water per dag transporteren vanuit meer dan 1000 zoetwaterbronnen in de woestijn. Libië behoorde tot de top wat betreft kennis van waterbouwkunde en wilde die kennis ook graag exporteren naar andere landen in Afrika en het Midden-Oosten die ook problemen hebben met hun watervoorziening.  Het project bracht Libië dus veel voordelen. De combinatie van olie en water gaf het land een stevige economische basis. Water werd in de nieuw gevormde Libië beschouwd als een van de mensenrechten, waardoor Gaddafi alles uit te kast haalde om dit project te realiseren voor het geluk van zijn volk. Daarnaast verklaarde Gaddafi op de openingsdag van de tweede fase van de Man-Made River Project, dat dit project de grootste reactie is op de Verenigde Staten, en aan allen die Libië koppelen met terroristische of dergelijke activiteiten. Dit project wierp duidelijk licht op het feit dat Gaddafi er alles aan deed om vrede en vooruitgang te boeken in het land.

great-man-made-river‘Zo groen als de vlag’
In 2011 werd de derde fase van het project afgerond: het netwerk van betonnen buizen. Deze buizen zijn verborgen onder de wildernis van de woestijn om verdamping van het water te voorkomen. Alles voor het project werd gemaakt in Libië; niets werd geïmporteerd. Verder zouden de laatste twee fasen van de man-made rivier meer dan 100.000 hectare van het land irrigeren. Of, zoals Gaddafi het beschreef, de onderneming zou het land ‘zo groen als de vlag van de Libyan Arab Jamahiriya’ maken. The Great Man-Made River kreeg internationale erkenning, wat leidde tot de financiering van het project door de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur. Gaddafi kreeg de International Water Prize, een verdienste dat fenomenale wetenschappelijke studies ten goede komt aan het waterverbruik in waterloze locaties. Ook vanwege zijn internationale erkenning, waren veel mensen uit andere landen vele jaren in dienst in Libië, met name voor de Great Man Made River Project.

NAVO-interventie
Na het begin van de NAVO ‘humanitaire’ bombardement in Libië, tijdens de zomer van 2011 waren een groot aantal buitenlandse werknemers genoodzaakt om het land te verlaten. In juli 2011 bombardeerde de NAVO niet alleen the Great Man-Made River watersysteem en leidingen in de buurt van Brega, maar bovendien uitgeroeid de plant die de betonnen buizen die als vervanging werden gebruikt tijdens reparaties gemaakt. Ze rechtvaardigden hun acties door te beweren dat de pijpleiding fabriek werd gebruikt als ‘opslagplaats voor het leger’. Bewijzen hiervoor ontbreken tot op de dag van vandaag.

Bovendien werd er door de NAVO ook beweerd dat dezelfde pijpleiding fabriek werd gebruikt als een ‘lanceerbasis voor raketten’. Toen de NAVO-troepen de fabriek bombardeerde, werden meer dan vijf beveiligers weggevaagd, samen met het waterleidingnet dat het publiek voorzag van water voor persoonlijke consumptie en agrarische doeleinden – het essentiële infrastructuur van Libië. De ontwikkeling van de laatste twee fasen van het project werden ingesteld om te worden afgerond binnen de komende 20 jaar, maar dankzij de NAVO ‘humanitaire’ oorlog tegen Libië, is de toekomst van de projecten in groot gevaar.

Water, de toekomstige levensader van onze wereldeconomie.
De burgeroorlog in Libië draaide destijds niet alleen om het goud en olie van het land. Ook de onaangetaste watervoorraden diep onder de Libische woestijn was een bron van ellende. Voor ons is water iets vanzelfsprekends en makkelijk toegangbaar, een levensgoed. Voor een groot deel van Afrika is dit helaas niet het geval, en dat wist Gaddafi. Om de omverwerping van Gaddafi te begrijpen, is het voor de lezer van belang dat die zich realiseert dat ongerepte zoetwatervoorraden geleidelijk aan de slinkende olievoorraden in de 21ste zal vervangen als belangrijkste grondstof. Ondanks de hechte vriendschap met staatshoofden als Sarkozy en Berlusconi, wist Khadaffi dat vroeg of laat deze landen ook hem de rug zouden toekeren. Hiermee was de beslissing gemaakt om de ambitieuze projecten die Gaddafi voor het oog had zo snel mogelijk af te ronden. Aan de andere kant implementeerde de Wereldbank een strategie voor het privatiseren van water. In toepassing betekent dit dat zowel de NAVO als de Verenigde Naties waterbronnen willen overnemen, zodat zij kunnen worden gebruikt als middel voor energie en inkomsten. Wat er gebeurd is met de Great Man Made River in de zomer van 2011 kan het best worden verklaard door de dialectische methode: het begrijpen van het ‘probleem’ haar ‘reactie’ en een ‘oplossing’.

In het geval van Libië creëerde de NAVO-bombardementen op het waterleidingnet een duidelijk ‘probleem’. Vervolgens ontstond er een ‘reactie’ in de vorm van een ogenblikkelijke overheersende behoefte. Meer dan 60% van de mensen van het land hing af van de Great Man-Made River watervoorziening voor persoonlijk en commercieel gebruik. Echter, een paar dagen na de sloop van de Grote Man-Made River, had meer dan 50% van Libië geen stromend water. Tot slot werd er een gevestigde ‘oplossing’ afgedwongen die de Libiërs afhankelijk maakten van één waterbron, en dus ook de mensen ongewild bonden aan hun nieuwe ‘democratische’ regering.

,